Voor wie: directeuren en eigenaren van een MKB-bedrijf die de term overal tegenkomen — meestal in een aanbieding voor een training — en willen weten wat er nu eigenlijk mee bedoeld wordt.
Wat is AI-geletterdheid: en vooral: wat het niet is
Geen certificaat, geen promptcursus, geen technische kennis. Wel: kunnen beoordelen wat er uit komt.
Kort antwoord: Wat is AI-geletterdheid? De EU AI Act omschrijft het als de vaardigheden, kennis en het begrip die iemand in staat stellen AI geïnformeerd in te zetten en zich bewust te zijn van de kansen, de risico's en de mogelijke schade. In gewone taal: je mensen hoeven niet te weten hóé een AI-model werkt, maar wel wanneer ze de uitkomst kunnen vertrouwen, wat ze er niet in stoppen en wanneer ze het beter zelf doen. Het is dus geen cursus en geen certificaat — dat vraagt de wet nadrukkelijk niet — maar een eigenschap die je aan iemands werk kunt zien. Sinds 27 juli 2026 hoef je zelfs geen bepaald níveau meer te garanderen; wel moet je er als bedrijf aantoonbaar iets aan doen.
De definitie, in gewone taal
De term komt uit de Europese AI-verordening. Die definieert AI-geletterdheid in artikel 3, punt 56 als de "vaardigheden, kennis en begrip" die aanbieders, gebruikers en betrokkenen in staat stellen "geïnformeerd AI-systemen in te zetten en zich bewuster te worden van de kansen en risico's van AI en de mogelijke schade". Wat de AI Act verder regelt en voor wie, staat in de wiki onder AI Act.
Dat is abstract geformuleerd, en met opzet. De wetgever legt in overweging 20 uit dat die kennis "kan verschillen naargelang de context": wat een ontwikkelaar moet snappen is iets anders dan wat een medewerker moet snappen die de uitkomst gebruikt. Er staat dus geen lijst met competenties in de wet, en dat is geen omissie.
Voor een MKB-bedrijf valt het terug te brengen tot vier vragen die iemand over zijn eigen werk moet kunnen beantwoorden:
- Waar komt dit antwoord vandaan? Weet je of het model iets heeft opgezocht, of dat het iets heeft geformuleerd dat plausibel klínkt.
- Wat heb ik erin gestopt? Klantgegevens, een dossier, een offerte — en mocht dat.
- Hoe controleer ik dit? Welk deel van de uitkomst kan fout zijn zonder dat je het ziet.
- Wanneer gebruik ik het niet? Er zijn taken waar een sneller antwoord geen winst is.
Wie die vier vragen kan beantwoorden over het werk dat hij doet, is AI-geletterd voor dat werk. Wie ze niet kan beantwoorden, heeft geen cursus nodig maar een gesprek.
Vier dingen die het niet is
Rond dit onderwerp is in korte tijd een markt ontstaan. Daardoor is de term vergroeid met dingen die er niet in zitten.
1. Het is geen certificaat
De Europese Commissie is daar in haar Q&A over AI-geletterdheid ondubbelzinnig over: een certificaat is niet nodig, organisaties kunnen volstaan met een eigen registratie van trainingen en andere initiatieven. Ook een AI-functionaris of een intern governanceorgaan is niet verplicht. Een cursus kán een prima manier zijn om eraan te werken — hij is alleen niet de eis.
2. Het is geen promptcursus
Leren hoe je een goede opdracht formuleert is nuttig, maar het is een vaardigheid met een korte houdbaarheid: elke modelgeneratie heeft er minder van nodig. Geletterdheid gaat over het omgekeerde deel van het gesprek — het beoordelen van wat eruit komt. Dat verandert niet mee met de tool. Waar het verschil tussen een losse prompt en vastgelegde context precies zit, staat in context engineering.
3. Het is geen technische kennis
Je hoeft niet te weten wat een taalmodel is of hoe het getraind is. Vergelijk het met autorijden: je moet weten wat de remweg is, niet hoe een remklauw werkt. De vertaling naar de werkvloer is dan ook geen uitleg over de techniek, maar over de grens — wat mag er wel en niet in, en wie controleert de uitkomst.
4. Het is geen ICT-onderwerp
De reflex is om dit bij de systeembeheerder of de externe IT-partij te leggen. Maar de vragen die ertoe doen — mag deze klantinformatie hierin, is dit antwoord goed genoeg om naar een klant te sturen — zijn vakinhoudelijke vragen. Ze horen bij degene die het werk doet en bij wie daar leiding aan geeft.
Wat er in juli 2026 veranderde
Dit is het deel dat vrijwel elke Nederlandse pagina over dit onderwerp nog niet verwerkt heeft. Tot voor kort eiste artikel 4 van de AI Act dat organisaties zorgden voor een "toereikend niveau" van AI-geletterdheid bij hun personeel. Die formulering is vervangen.
Met de Digitale omnibus inzake AI — Verordening (EU) 2026/1744, bekendgemaakt op 24 juli 2026 en in werking op de derde dag daarna — luidt artikel 4 nu dat organisaties "maatregelen nemen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid van hun personeel (…) te ondersteunen". Daar staat een zin achter die het verschil maakt: "Deze verplichting houdt niet in dat aanbieders of gebruiksverantwoordelijken een bepaald niveau van AI-geletterdheid moeten waarborgen voor personen."
De wetgever legt in de toelichting uit waarom: strenge verplichtingen die een toereikend niveau moeten waarborgen bleken niet te passen bij alle soorten organisaties, en brachten extra regeldruk mee — met name voor kleinere ondernemingen. Wat blijft staan: je moet er aantoonbaar iets aan doen, passend bij de rollen in je bedrijf.
Waaraan je het ziet
Omdat er geen examen is, is de vraag niet "wie heeft de cursus gehaald" maar "waaraan zie ik het in het werk". Vijf signalen, allemaal zonder meetinstrument waarneembaar:
- Ze kunnen zeggen waarom ze het antwoord vertrouwen. Niet "ChatGPT zei het", maar: dit deel klopte met onze offertes, dit cijfer heb ik nagekeken.
- Ze twijfelen op de juiste momenten. Een gladde tekst met een bronvermelding erin is precies waar een geletterde gebruiker langzamer gaat lezen in plaats van sneller.
- Ze kennen de grens in eigen woorden. Niet omdat het in een beleidsstuk staat, maar omdat ze kunnen uitleggen wat er misgaat als je een klantdossier in een gratis tool plakt. Wat daar precies wel en niet in mag: bedrijfsgegevens en AI.
- Ze gebruiken het soms bewust níét. Bij een gevoelig gesprek, een definitieve toezegging of iets wat de klant persoonlijk moet horen.
- Ze melden het als het misgaat. Dit is de lastigste en de belangrijkste: geletterdheid houdt op waar mensen bang zijn om te zeggen dat er een fout antwoord doorheen geglipt is.
Dat laatste signaal is ook meteen de meest voorkomende blinde vlek. Wordt AI in je bedrijf vooral in stilte gebruikt, dan is er geen geletterdheid te zien — niet omdat die er niet is, maar omdat niemand erover praat. Dat patroon en wat je eraan doet, staat in shadow AI.
Niet iedereen hoeft hetzelfde te weten
De wet zegt het zelf: houd rekening met de technische kennis, de ervaring, de opleiding en de context van de mensen om wie het gaat. Dat is geen ontsnappingsclausule maar een ontwerpinstructie. In een MKB-bedrijf loopt dat meestal langs drie groepen:
| Wie | Wat die moet kunnen |
|---|---|
| Iedereen die AI gebruikt | De vier vragen hierboven beantwoorden over het eigen werk |
| Wie AI in een klantproces gebruikt | Bovenstaande, plus: uitleggen aan de klant wat er met AI gemaakt is en hoe je een fout herstelt |
| Wie AI inricht of inkoopt | Bovenstaande, plus: beoordelen wat een leverancier met je gegevens doet en welke verplichtingen daarbij horen |
Eén detail wordt bijna altijd overgeslagen: het gaat niet alleen om mensen in loondienst. De Europese Commissie rekent er in haar Q&A uitdrukkelijk ook personen onder die namens jou met het systeem werken zonder werknemer te zijn — een ingehuurde kracht, een leverancier, in sommige gevallen zelfs een klant. Voor een MKB-bedrijf met vaste zzp'ers is dat geen randgeval maar de dagelijkse praktijk.
Waar je begint
Niet met een cursus. Met een half uur in het werkoverleg, en drie vragen:
- Waar gebruiken jullie het voor? Zonder gevolgen gevraagd, anders krijg je geen eerlijk antwoord.
- Wat is er weleens misgegaan? Eén concreet voorbeeld leert meer dan een uur uitleg — en het maakt meteen duidelijk dat melden mag.
- Waar twijfel je? De twijfelgevallen die hier bovenkomen zijn precies de regels die in je beleid horen.
Wat je daar ophaalt, schrijf je op één A4: wat mag er wel en niet in, wie controleert de output, waar je terechtkunt bij twijfel. Hoe je dat kort en leesbaar houdt, staat in AI-beleid opstellen. En omdat de wet vraagt dat je kunt láten zien wat je gedaan hebt, hoort er een spoor bij — een datum, een presentielijst, een herzieningsmoment. Dat deel staat uitgewerkt in AI-geletterdheid verplicht.
De grootste winst zit daarna: geletterdheid die alleen in de hoofden van mensen zit, vertrekt met die mensen. Leg je de goedgekeurde werkwijzen en de afspraken vast op een plek waar het werk gebeurt, dan hoeft niemand ze opnieuw te leren — dat is waar een AI Operating System over gaat.
Bronnen: EU AI Act artikel 3 punt 56 (definitie) en overweging 20; artikel 4 zoals vervangen door Verordening (EU) 2026/1744 (Digitale omnibus inzake AI), bekendgemaakt op 24 juli 2026; Q&A van de Europese Commissie over AI-geletterdheid.