Marktmannen wiki Coderen met AI

Claude Code Grondbeginselen

Laatst bijgewerkt

TL;DR: Claude Code is een execution layer (geen chatbot) — het neemt acties op je machine. De 80/20 zit in: CLAUDE.md goed instellen, skills bouwen als skill-systemen, en context bewust beheren.

1 — Wat is Claude Code?

Chatbot: denkt en geeft advies. Jij bent de uitvoerder.
Claude Code: voert uit. Het maakt bestanden, verbindt tools, draait commando's — je geeft het een brief, je reviewt wat het heeft gedaan.

Analogie: ChatGPT = thinking layer, Claude Code = execution layer.

2 — De terminal is niet eng

Claude Code draait vaak in een terminal (zwart scherm), maar ook als desktop-app of via een UI-laag. Zodra je claude typt om het te openen, werkt het als een chatvenster.

3 — Prompts: specificiteit = kwaliteit

Vaag in → vaag uit. Geef zo veel relevant detail mee als mogelijk vóórdat je Claude laat bouwen. Plan first (shift-tab cyclen naar plan mode; vanuit auto mode eerst naar default, daarna acceptEdits → plan): laat Claude het werk doordenken in read-only modus vóórdat het iets aanraakt. Dit dwingt een breakdown vóór de eerste bestandswijziging.

4 — Permissions en Auto Mode

Auto Mode is sinds v2.1.283 de standaard-startmodus (shift-tab om naar andere modi te cyclen). Het filtert automatisch: risicovolle acties (bestandsverwijdering, externe verbindingen) → vraagt toestemming; routineuze acties → gaat gewoon door. In default-modus vraagt Claude Code toestemming voor bijna alles.

Beginners-advies: laat auto mode aan, begrijp wat er goedgekeurd wordt, stel later je eigen settings.json in.

5 — CLAUDE.md: eens instellen, altijd geladen

CLAUDE.md wordt bij elke sessie ingeladen, als bericht ná de systeemprompt (niet als systeemprompt zelf — er is dus geen garantie op naleving). Bevat: wie je bent, hoe je werkt, je regels, je voorkeuren.

Regels: - Houd het onder 200 regels — langere bestanden zorgen voor context rot - Gebruik het als inhoudsopgave (niet als bibel): verwijs naar reference-bestanden in aparte mappen - Claude laadt die reference-bestanden alleen wanneer nodig (progressive disclosure)

Zie Geheugen en Context voor de vier geheugenlagen, inclusief de rol van CLAUDE.md.

6 — Skills en skill-systemen

Een skill is een procesbestand (SKILL.md) dat Claude vertelt hoe een taak gedaan moet worden — stap voor stap. Claude leest de naam en beschrijving altijd (behalve bij disable-model-invocation: true); de volledige skill laadt alleen wanneer relevant.

Skill-systemen: koppel skills in serie (output van skill 1 = input van skill 2). Dit vervangt handmatige workflows.

Voorbeeld: Instagram-carrousel = [kies onderwerp] → [schrijf copy in brand voice] → [layout als design-carrousel] → één commando, drie skills.

Vuistregel: begin bij je meest herhaalde taak en bouw er een werkend prototype van in een paar uur. Gebruik de Anthropic skill creator skill om het skelet te genereren.

Zie Skills en Plugins en Skill Systems.

7 — MCP: brug naar je tools

MCP (Model Context Protocol) verbindt Claude Code met externe tools: Notion, Slack, Google Drive, CRM. Claude kan erin lezen én schrijven.

Let op: tool search staat standaard aan: bij de start laden alleen de toolnamen en serverinstructies in je contextvenster, de volledige tooldefinities pas bij gebruik. Elke MCP kost dus nog steeds wat context; verbind vooral MCPs die je frequent gebruikt. Voor incidentele tools zijn CLI-commando's lichter.

8 — Hooks: deterministisch, token-vrij

Hooks zijn kleine scripts die op een vastgesteld event altijd draaien, ongeacht wat Claude "denkt". Geen AI-beslissing, geen tokens.

Voorbeeld: bij elke bestandsopslag → formatteer het bestand automatisch. Stel dit in via settings.json.

Gebruik hooks voor "elke keer als X, dan Y"-taken. Betrouwbaarder dan Claude vragen het te onthouden.

9 — Screenshots: toon, vertel niet

Paste een screenshot direct in het terminalvenster. Claude leest de afbeelding en analyseert het probleem — sneller en duidelijker dan het in woorden beschrijven.

10 — Geheugen: drie jobs

Memory heeft drie onderdelen: 1. Storage — wat wordt opgeslagen (automemory regelt dit) 2. Injection — wat laadt bij sessiestart (CLAUDE.md + hooks) 3. Recall — het juiste stukje ophalen wanneer nodig (semantisch zoeken voor grote datasets)

Claude Code's ingebouwde automemory is adequaat voor basisgebruik. Voor grote hoeveelheden data of lange periodes: open-source tools zoals mem-search.

Zie Geheugen en Context en Second Brain Niveaus.

11 — Context Rot

Definitie: naarmate het contextvenster volloopt, daalt de recall. Volgens de video is bij ~10.000 tokens al 50% van de context vergeten; dat getal is niet bevestigd en past slecht bij de huidige contextvensters tot 1M tokens. Zonder eigen instelling compact Claude Code automatisch bij de contextlimiet van het model.

Oplossingen: - /clear — schone lei tussen losstaande taken - /compact — samenvatting van de lopende sessie - /autocompact — stel zelf in bij welke venstergrootte (100K–1M tokens) automatisch gecompact wordt - /context — bekijk wat je contextvenster vult - Plan mode — verfijnde context in read-only modus - CLAUDE.md als inhoudsopgave (niet alles tegelijk laden)

12 — /effort

Pas het redeneer-niveau aan: low, medium, high, xhigh, max (welke niveaus beschikbaar zijn hangt af van het model; Opus 5.5, Sonnet 5.5 en Haiku 5.5 staan standaard op medium). Het keyword ultrathink in je prompt verhoogt de effort voor één beurt. Claude investeert meer tokens in denken → betere, meer doordachte output. Gebruik alleen voor complexe taken (kost meer tokens + tijd).

13 — Dynamic Workflows (ultracode)

Trigger-woord: ultracode (één woord), in je prompt of via /effort ultracode. Ook "use a workflow" in eigen woorden start een workflow. Spawnt een mini-team van sub-agents, elk met een schone context en een specifieke taak. Ze controleren elkaars werk. Werkt voor deep research (fan-out → synthesize-patroon).

Gebruik spaarzaam — verbruikt veel tokens. Zie Dynamic Workflows.

14 — Sub-agents vs. skills

Skill Sub-agent
Wat Procesbestand (HOE) Instantie die het werk doet (WIE)
Gebruik Instructieboek voor Claude Context-isolatie voor zware/parallelle taken
Context Deelt context met hoofdsessie Eigen schone context; levert alleen resultaat terug

Gebruik een sub-agent wanneer de taak de context van je hoofdsessie zou vervuilen, of wanneer je parallel wilt laten draaien.

Zie Subagents.

15 — /goal + /loop

/goal: geef Claude een definitie van "klaar" (max 4.000 tekens). Na elke beurt toetst een klein, snel model of de voorwaarde gehaald is. Het goal stopt bij succes, maar wordt ook gewist als het onhaalbaar blijkt of bij een fout die jij moet oplossen.

/loop: draait een prompt herhaaldelijk op interval, gebonden aan de sessie; terugkerende taken vervallen na 7 dagen. Combineer met /goal voor een zelfstandige taak op schedule die niet stopt tot het doel bereikt is.

Voorbeeld: elke maandagochtend, check alle concurrenten → schrijf samenvatting per concurrent → stopt niet tot alle zijn gecheckt.

16 — De gokkast-mindset (slot machine)

Wanneer een sessie afwijkt: start opnieuw, repareer niet. Gebruik /rewind om terug te gaan naar een eerder checkpoint. Probeer de afdwalende sessie niet corrigeren — dat voegt defecte context toe bovenop defecte code.

Begin opnieuw, met meer specifieke instructies.

17 — Portabiliteit

Claude Code-conventies zijn branchestandaard (of worden het). Je skills, CLAUDE.md, MCPs werken ook in andere tools: - CLAUDE.md ↔ AGENTS.md voor Codex — Claude Code leest zelf ook AGENTS.md - CLAUDE.md → soul.md voor OpenClaw (volgens de video; niet geverifieerd)

Vermijd vendor lock-in: ontwerp je setup zo dat je kunt switchen.

18 — Agentic OS

Alles hierboven samengebracht in één gedeelde business-context-map die alle skills kennen. Skills worden modulair gebouwd en aan elkaar gekoppeld; geplande taken draaien ze autonoom. Zie Agentic OS.

Verwante concepten

Bronnen